menu
Search

Gedreven MKB advocaten

 

De uitleg van de rechter aan een 14-jarige in een verschrikkelijke echtscheiding

Ouders zijn in 2012 gescheiden en strijden nog steeds over de kinderen. Vader heeft een verzoek ingediend inhoudende dat de oudste zoon van 14 jaar bij hem zijn hoofdverblijf zal gaan hebben. De zoon woont nu, met zijn broertje van 11 jaar, bij moeder.

De rechtbank constateert op basis van de inhoud van de stukken en hetgeen ter zitting is behandeld dat, ondanks de ondertoezichtstelling, de onderlinge verstandhouding tussen partijen onveranderd slecht is en de communicatie tussen hen nog altijd moeizaam verloopt. De rechtbank is gebleken dat er sprake is van een patroon waarin beide partijen op een zeker moment zich niet meer bereidwillig naar elkaar opstellen, op dat moment de hakken in het zand zetten en in een impasse geraken. Partijen verwijten elkaar over en weer rigiditeit en een gebrek aan medewerking. Duidelijk is dat het niet tot stand komen van een contactregeling leidt tot onrust en telkens nieuwe conflicten, hetgeen zijn weerslag heeft op de kinderen van 14 en 11 jaar oud. De rechtbank is van oordeel dat partijen op dit moment niet handelen in het belang van de kinderen. Zij lijden zeer onder de situatie.

De rechtbank wijst het verzoek van vader af, maar richt zich in de beschikking uitdrukkelijk tot het oudste kind die de wens had uitgesproken om bij zijn vader te gaan wonen in plaats van bij zijn moeder. Dat de rechter hier uitgebreid bij stil staat is uitzonderlijk, maar zo ontzettend belangrijk. De inhoud is hartverscheurend en ik hoop dat beide ouders, net zoals ik, dit met tranen in hun ogen hebben gelezen. Want wat doe je een kind toch aan.

Ik citeer een aantal alinea’s uit de beschikking. Ik verwijs naar de uitspaak van de Rechtbank Noord-Nederland 31 augustus 2018 ECLI:NL:RBNNE:2018:3537 voor de volledige tekst. Het is zeker de moeite waard om te lezen.

“(kind A), jij en ik hebben elkaar gesproken. Aan mij heb je toen uitgelegd dat je bij vader wilt gaan wonen omdat je het gevoel hebt dat je iets mist. Wat je mist, dat weet je niet, maar je denkt dat het zou helpen om bij je vader te gaan wonen.”

“Je hebt ook uitgelegd dat je ouders volgens jou al acht jaar niet meer met elkaar praten en dat ze het nergens over eens kunnen worden. Het is nu bijvoorbeeld wel duidelijk op welke dag en hoe laat je vader je op komt halen, maar nu is er iedere keer gedoe over bij wie je dan eet. Dat regelen je ouders niet onderling, maar ze willen wel allebei dat je met hun eet. Dat los je nu op door op die avonden twee keer te eten. Ook verder denk jij al vooruit. Je vader is in (woonplaats vader) gaan wonen. Die afstand maakt het extra ingewikkeld. Je voorziet nu al een probleem doordat (woonplaats vader) in een andere vakantieregio ligt dan Assen. Je vader heeft een stiefdochter die naar school gaat en binnenkort gaat dat wringen met jullie vakanties. Dat probleem wordt alleen maar groter als jij en (kind B) in verschillende vakantieregio’s zouden wonen. Dat heb je zelf niet gezegd, maar ik heb de indruk dat je dat ook zelf wel ziet.”

“Als je ouders mij vertellen wat er moet gebeuren en waarom, dan gaat het over de vraag wat jij ècht wil en waarom je dat wilt. Daar focussen ze allebei op. Ik heb ze ter zitting uitgelegd dat ze daarmee de kern missen. Wat jij wilt en waarom je dat wilt is belangrijk. Dat moeten je ouders zeker meewegen. Maar daarna moeten ze zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Dan moeten zij als ouders zich buigen over de vraag of wat jij wilt nu wel zo’n goed idee is. Daarna moeten zij, alles meewegende, een beslissing nemen.”

“Een verhuizing van jou naar je vader lost de problemen tussen je ouders ook niet op. Dat geeft alleen maar weer een nieuwe situatie, waarin er weer een hele reeks nieuwe onderwerpen ontstaan om het niet over eens te worden.”

“Jij hebt het gevoel dat je iets mist. Jij mist ook iets.
Maar ik verwacht niet dat jij door een verhuizing naar je vader gaat ontdekken wat jij mist en dat je dat daar dan ook gaat vinden, in de zin dat je probleem is opgelost.”

“Jij bent bereid om alles wat verder voor je belangrijk is achter te laten in (woonplaats moeder) en bij je vader te gaan wonen, om daar naar een onbekende – nog niet uitgezochte – school te gaan, nieuwe vrienden te moeten maken en van daaruit te proberen je contacten met je kring in Groningen te onderhouden. Als ik de situatie overzie, dan is wat jij wilt doen niet in jouw belang en ook niet in het belang van je broertje.”

Aan deze beschikking valt niets meer toe te voegen, de tekst spreekt voor zich. Ik hoop dat het een voorbeeld is voor de familierechters in Nederland: luister écht naar een kind en ga daar vervolgens heel zorgvuldig mee om.

Nelleke Boelhouwer
Gerritse Poelman Advocaten