menu
Search

Gedreven MKB advocaten

 

Hoofdverblijf bij gelijkwaardig co-ouderschap

Op 15 maart 2018 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder kenmerk ECLI:NL:GHARL:2018:2542 een uitspraak gedaan over de hoofdverblijfplaats van een kind in een situatie van een zuiver co-ouderschap (week-op-week-af-regeling). Het hof is van oordeel dat vaststelling van het hoofdverblijf bij een van de ouders in een situatie van zuiver co-ouderschap geen recht doen aan de gelijkwaardige positie van de ouders. Om die reden heeft het gerechtshof het hoofdverblijf niet vastgesteld, maar slechts bepaald op welk adres het kind moet worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
De ouders in deze casus zijn in 2008 met elkaar gehuwd. Zij hebben samen een kind, waarover ze gezamenlijk het gezag uitoefenen. Sinds 2016 leven de ouders gescheiden. Vanaf dat moment geldt er een zorgregeling waarbij het kind afwisselend een week bij elk van de ouders verblijft (een zuiver co-ouderschap).
Het geschil tussen de ouders gaat met name over de vraag op welk adres het kind dient te worden ingeschreven in de BRP. De ouders hechten hier veel waarde aan omdat de ouder bij wie het kind ingeschreven staat, allerlei zaken rondom het kind dient te regelen. Beide ouders vinden dat zij daarvoor de aangewezen persoon zijn. De financiële gevolgen van de inschrijving (recht op kinderbijslag en kindgebonden budget) spelen voor de ouders geen rol, aangezien zij afspraken over de verdeling van die gelden hebben gemaakt.
Omdat de ouders geen overeenstemming over de BRP inschrijving hebben kunnen bereiken, heeft de rechtbank zich genoodzaakt gezien op grond van artikel 827 lid 1 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een beslissing te nemen over het hoofdverblijf van het kind. De rechtbank heeft daarbij doorslaggevende betekenis toegekend aan het feit dat de vader tot dan toe vrijwel alle praktische zaken voor het kind had geregeld en de moeder bovendien, in tegenstelling tot de vader, hulp nodig heeft bij de afhandeling van praktische kwesties.
Het hof ziet echter, vanwege het feit dat het kind evenveel tijd doorbrengt bij zijn moeder als bij zijn vader, geen aanleiding om het hoofdverblijf van het kind vast te stellen bij één van de ouders. Vaststelling van het hoofdverblijf bij één van de ouders zou volgens het gerechtshof geen recht doen aan de gelijkwaardige rol die de ouders vervullen. Daarnaast ligt de vaststelling van het hoofdverblijf bij veel ouders gevoelig, zodat het gerechtshof hier niet voor kiest. Het gerechtshof heeft wel bepaald dat het kind ingeschreven zal zijn op het adres van de vader.