menu
Search

Gedreven MKB advocaten

 

Wetsvoorstel beperkte wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen door Eerste Kamer

Het wetsvoorstel beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen is op 28 maart jl. door de Eerste Kamer aangenomen. De nieuwe wet zal in werking treden op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Wat gaat er veranderen?

Het huidige Nederlandse huwelijksvermogensrecht
Onder het huidige recht dient u huwelijksvoorwaarden op te stellen wanneer u wilt voorkomen dat (bepaalde) goederen gemeenschappelijk worden.  Als u onder het huidige recht huwt, zonder huwelijksvoorwaarden vast te leggen, dan bent u automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd. Dat betekent dat door het huwelijk alles gemeenschappelijk eigendom wordt: alles wat u tijdens het huwelijk verwerft, maar ook alles wat u al had bij het aangaan van het huwelijk (de auto, de woning, het spaargeld, maar ook de studieschuld, de persoonlijke lening en de onderneming). Er is in beginsel dus geen privévermogen meer. Zelfs een eventuele erfenis of schenking valt in de huwelijksgemeenschap, tenzij deze erfenis of schenking is verkregen onder een uitsluitingsclausule (een clausule in het testament of de schenkingsakte waarin is bepaald dat de erfenis of de schenking niet tot het huwelijksvermogen van de begunstigde zal behoren).

Wetsvoorstel aanpassing huwelijksvermogensrecht
Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal het voor nieuw te sluiten huwelijken anders zijn. Alleen wat de echtgenoten verwerven tijdens het huwelijk, zal behoren tot de huwelijksgemeenschap. Er is dus sprake van een beperkte gemeenschap van goederen. Alles wat de echtgenoten al hadden voor het sluiten van het huwelijk, blijft ook tijdens het huwelijk privé. Alles wat door erfenis of schenking is verkregen of zal worden verkregen, blijft of wordt privé. Daarvoor is dus niet langer een uitsluitingsclausule nodig. Sterker nog, er is een clausule in het testament of de schenkingsakte nodig om ervoor te zorgen dat de erfenis of de schenking wél in de huwelijksgemeenschap valt.

Een onderneming blijft in het wetsvoorstel buiten de huwelijksgemeenschap. Aan de gemeenschap wordt alleen een redelijke vergoeding toegekend voor de kennis, vaardigheden en arbeid die de echtgenoot/ondernemer heeft verricht voor de onderneming. De wetgever heeft zich niet uitgelaten over wat een redelijke vergoeding zou moeten zijn. Dat wordt aan de rechtspraak overgelaten. Dit kan leiden tot discussie. Het is daarom voor ondernemers aan te raden om voorafgaande aan het huwelijk huwelijksvoorwaarden op te stellen, zodat de echtgenoten zelf duidelijke afspraken kunnen maken over hoe zij in geval van een echtscheiding met het ondernemingsvermogen om wensen te gaan. Een andere mogelijkheid is dat de ondernemer jaarlijks een gedegen administratie bijhoudt en met zijn/haar echtgenoot overeenkomt wat per jaar als een redelijke vergoeding aan de gemeenschap wordt beschouwd. Of dit in een procedure echter toereikend zal zijn, zal moeten blijken uit de toekomstige rechtspraak.

De positie van privéschuldeisers wordt in het wetsvoorstel ingeperkt. Het verhaal op goederen van de gemeenschap voor een niet tot de gemeenschap behorende schuld is namelijk ingeperkt tot de helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed. De andere helft van de opbrengst komt aan de andere echtgenoot toe en valt voortaan buiten de gemeenschap. Indien een schuldeiser verhaal zoekt op een goed van de gemeenschap voor een niet tot de gemeenschap behorende schuld, kan de andere echtgenoot er ook voor kiezen om dat goed over te nemen tegen de helft van de waarde van dat goed. Dit bedrag moet uiteraard betaald worden uit het eigen privévermogen. Vanaf dat moment is het goed een eigen goed van deze echtgenoot, en valt het dus niet langer in de gemeenschap.

Omkering van de hoofdregel
Eigenlijk wordt de hele regeling dus omgedraaid: de hoofdregel “alles is gemeenschappelijk, tenzij…” wordt omgezet in “alles is privé, tenzij…”. Dit geldt niet alleen voor het huwelijk, maar ook voor het geregistreerd partnerschap. De bedoeling van dit wetsvoorstel is de modernisering van het huwelijksvermogensrecht. De politiek vindt dat het feit dat iedere echtgenoot zijn of haar privévermogen (of schuld) behoudt, beter past in onze huidige samenleving waarin financiële onafhankelijkheid steeds belangrijker wordt. Het is in het kader van die onafhankelijkheid overigens wel verstandig om de schulden en de vermogens bij aanvang van het huwelijk goed te beschrijven om discussies te voorkomen. Wat gebeurt er immers met de “voorhuwelijkse auto”  (privévermogen)  die tijdens het huwelijk wordt ingeruild voor een duurdere gezinsauto?
Of deze wetswijziging de verdeling van het vermogen in geval van een echtscheiding eenvoudiger maakt, valt dan ook te betwijfelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Gerritse Poelman Advocaten
mr D.C.M. Smeulders-Martens
martens@gpadvocaten.nl